Een openhartig boek van Teus Lebbing, waarin meerdere mensen hun verhaal doen over wat niet besproken mocht of kon worden in hun familie. Het heeft in alle gevallen te maken met pijnlijke en verdrietige ervaringen. Uit de verhalen blijkt dat het verzwijgen uit schaamte gebeurt vanuit zelfbescherming en een overlevingsstrategie is.
De schrijfster is journaliste en heeft persoonlijk ervaring met schaamte en verzwijgen van iets dat te pijnlijk is om over te praten. Zij beschrijft haar zoektocht naar openheid en heelheid, die zij maakt door haar interviews over het onderwerp “schaamte” en haar persoonlijke reis naar haar verleden, haar daaruit vloeiende zelfontplooiing én bevrijding van de last uit het verleden.
Uit de verhalen komt naar voren dat onderdrukte gevoelens van schaamte vaak voortkomen uit aangeleerd gedrag en generationeel overgedragen worden. Dit kost energie en zorgt ervoor dat we minder verbonden zijn met onszelf en onze omgeving.
De verhalen uit het boek laten zien hoe het leven lichter mag zijn en wij meer comfortabel met onszelf kunnen zijn als maskers afvallen en kwetsbaarheid er mag zijn.
In de palliatieve zorg kan het naasten en zorgverleners helpen om begrip en acceptatie te voelen voor bepaald gedrag en familieverstandhoudingen: binnen families bestaan diepe, generationeel bepaalde, patronen die het uiten van liefde en kwetsbaarheid in de weg kunnen staan. Het betekent niet dat er geen liefde of kwetsbaarheid is. Deze worden slechts afgeschermd, verhuld.