De dood is voor mij niet minder mysterieus geworden. Ik weet nog steeds niet waar bewustzijn begint of eindigt, of er een bedoeling schuilgaat achter leven en sterven, of dat wij betekenis creëren om met het onbekende te kunnen leven.
Toch heeft de opleiding Omgaan met Sterven mijn kijk op leven en sterven diepgaand veranderd. Niet omdat ik antwoorden vond, maar doordat mijn verhouding tot deze vragen zelf verschoof.
Mijn zoektocht naar betekenis begon niet bij deze opleiding. Zolang ik me kan herinneren houd ik me bezig met vragen over leven en sterven. Het overlijden van mijn ouders, ruim tien jaar geleden, ziekte binnen mijn familie en andere ingrijpende gebeurtenissen maakten die zoektocht steeds existentiëler.
Vanzelfsprekendheden vielen weg en vragen over identiteit en vergankelijkheid werden onontkoombaar. Wat betekent het om te leven? Wat betekent het om te sterven? Wie of wat is dit ‘ik’?
Zoals veel zoektochten begon ook de mijne met het verlangen naar antwoorden. Ik verdiepte me in filosofie en spiritualiteit, mediteerde, las veel en werkte als vrijwilliger in een hospice. Daarbij bleef de stille hoop bestaan dat er achter al mijn vragen een vorm van zekerheid zou liggen.
Ook tijdens de opleiding was dat verlangen nog aanwezig. Niet als verwachting van definitieve antwoorden, maar als wens om sterven beter te begrijpen.
Ik kreeg meer inzicht in de gelaagdheid van het stervensproces: verlies, lijden, afhankelijkheid, angst, onafgemaakte zaken en loslaten. Tegelijkertijd werd steeds duidelijker dat weten vaak ophoudt in de directe ontmoeting: leven en sterven laten zich niet volledig verklaren. Ze laten zich vooral ervaren.
Daarin verschoof iets wezenlijks. Mijn zoektocht bleek niet alleen over leven en dood te gaan, maar ook over mijn behoefte aan houvast. Over de neiging om onzekerheid op te vullen met verklaringen en betekenis.
Van daaruit ontstond een andere vraag. Niet langer “Wat is leven”, “Wat is dood?” Maar “Vanuit welke intentie leef ik en ben ik aanwezig?”
Die verschuiving vormt voor mij de kern van wat deze opleiding heeft gebracht. Niet het antwoord is belangrijk, maar de intentie waarmee ik zoek, luister en handel.
Ik begon te zien dat dezelfde situatie iets anders van mij vraagt afhankelijk van hoe ik aanwezig ben. Luister ik werkelijk, of zoek ik vooral geruststelling? Ben ik aanwezig bij wat er is, of probeer ik ongemak weg te nemen door iets te zeggen of te doen?
Intentie werd voor mij steeds minder een doel of voornemen, en steeds meer een innerlijke richting van waaruit aandacht, handelen en aanwezigheid ontstaan. Dat betekent niet dat onzekerheid verdwenen is. Het verlangen naar houvast blijft bestaan. Maar ik hoef dat verlangen niet meer direct te volgen.
In die zin heeft de opleiding mij niet meer zekerheid gegeven, maar wel een grotere vertrouwdheid met niet-weten.
Ook mijn kijk op stervensbegeleiding is daardoor veranderd. Het gaat voor mij steeds minder om weten wat gezegd of gedaan moet worden. Belangrijker is hoe ik aanwezig ben. Kan ik luisteren zonder te sturen, nabij blijven zonder op te lossen en stilte laten bestaan zonder deze te vullen?
Diezelfde vraag strekt zich uit naar het leven zelf. Niet alleen wat ik doe, maar ook vanuit welke intentie ik leef, bepaalt de kwaliteit van mijn aanwezigheid.
De dood is voor mij niet begrijpelijker geworden. Wel is mijn verhouding tot het niet-weten veranderd. Waar ik voorheen vooral zocht naar antwoorden ervaar ik nu meer ruimte om aanwezig te blijven bij wat zich niet laat weten. Misschien begint daar wel de werkelijke ontmoeting met leven en sterven.