Ik heb bewonderend
naar je gekeken
Machteloos en klein
Naar jouw strijdend vermogen
Om tot het allerlaatst
Vooral jezelf te kunnen zijn
Om al vechtend
Tegen de berusting
Voor de allerlaatste knal
Je rug nog een keertje goed te rechten
Voor de schoonheid van je val
De helpende handen
In lieve onmacht
Naar je uitgestoken
Vastgepakt en losgelaten
Je verhaal verteld
Zonder dat erover werd gesproken
Dat ieder mens
Zijn leven vult
Met het zoeken
Naar wat men zocht
En dat alles van je afvalt
Aan het einde van je tocht
Jaco Groeneweg: ‘Ik heb meerdere keren voor deze mevrouw mogen koken. De keren dat ik er was hadden we korte gesprekjes over van alles en nog wat. Ze at niet meer dan pap met suiker.’
Bron: Vanuit het hart, een uitgave van Hospice De Liefde, Rotterdam