Toen ik aan de opleiding Intensive Omgaan met Sterven begon, dacht ik dat ik vooral meer wilde leren over sterven en stervensbegeleiding en hoe je de inzichten daaruit ook in het leven kunt toepassen. Achteraf zie ik dat de opleiding minstens zoveel over mijn eigen leven ging.
Mijn professionele leven speelt zich grotendeels af in de wereld van bestuur, toezicht en leiderschap. Een wereld waarin analyse, verantwoordelijkheid, besluiten nemen en resultaat centraal staan. Dat heeft mij veel gebracht. Tegelijkertijd merkte ik de afgelopen jaren dat niet alles in het leven zich laat sturen, organiseren of oplossen.
Het overlijden van mijn vader, spanningen binnen familieverhoudingen, het verlies van mijn hond, veranderingen in relaties én een periode waarin ik werd geconfronteerd met de grenzen van voortdurende verantwoordelijkheid brachten mij bij vragen die dieper gingen dan functioneren of presteren. Wie ben je wanneer controle wegvalt? Wat blijft er over wanneer zekerheden verdwijnen? En hoe ga je om met verlies, zonder direct op zoek te gaan naar oplossingen?
Tijdens de opleiding ontdekte ik dat sterven niet alleen iets is wat zich aan het einde van het leven voltrekt. In zekere zin oefenen we ons hele leven in sterven. We nemen afscheid van mensen, relaties, verwachtingen, rollen en beelden die we van onszelf hebben opgebouwd. Soms vrijwillig, vaak noodgedwongen. Dat inzicht heeft mijn kijk op zowel sterven als het leven veranderd. Wat mij bijzonder raakte tijdens de opleiding was de ontmoeting tussen verschillende perspectieven. Psychologische inzichten van Irvin Yalom en Viktor Frankl, de spirituele dimensies van sterven, systemisch kijken naar families en loyaliteiten en de vraag hoe je werkelijk aanwezig kunt zijn bij het lijden van een ander zonder het direct te willen oplossen. Steeds opnieuw kwam ik uit bij hetzelfde thema: aanwezigheid.
Niet alles hoeft begrepen te worden. Niet alles hoeft gerepareerd te worden. Soms vraagt het leven iets anders van ons. Namelijk dat we blijven zitten bij verdriet, onzekerheid, verlies of niet-weten. Dat we niet weglopen voor kwetsbaarheid, maar er ruimte voor maken. Misschien was dat voor mij wel het grootste leerpunt. Ik ontdekte hoe sterk ik altijd had geleefd vanuit verantwoordelijkheid, kracht en controle. Mooie kwaliteiten, maar ook kwaliteiten die kunnen doorschieten. De opleiding liet mij zien dat werkelijke kracht misschien niet ligt in altijd sterk zijn, maar juist in het vermogen geraakt te blijven. Voor mij betekende dat ook een beweging van doen naar zijn: minder oplossen, organiseren en dragen, en meer aanwezig zijn bij wat zich aandient.
Ook mijn kijk op stervensbegeleiding veranderde daardoor. Ik zie begeleiding nu minder als iets doen voor een ander en meer als aanwezig zijn bij een ander. Niet boven iemand staan, maar naast iemand. Niet alle antwoorden hebben, maar bereid zijn samen het niet-weten te verdragen. Wat ik uiteindelijk meeneem uit deze opleiding is niet één groot inzicht of een afgeronde conclusie. Eerder het besef dat ontwikkeling nooit af is. Dat leven en sterven voortdurend met elkaar verweven zijn. En dat juist het besef van eindigheid zichtbaar maakt wat werkelijk van waarde is: liefde, verbondenheid, aandacht en aanwezigheid. Deze opleiding voelt daarom niet als een eindpunt, maar als het begin van een volgende fase van leren, onderzoeken en leven. Met meer vragen dan antwoorden, maar ook met meer vertrouwen dat de weg zich ontvouwt terwijl je hem loopt.