Uw bijdrage maakt het verschil!

Wij kunnen ons werk doen dankzij gulle donaties van fondsen en particulieren. Vindt u ons werk belangrijk voor de Nederlandse samenleving? Word dan ook donateur van de Stichting. Meer informatie
#Emoties en sterven

Eén op de drie sterft gesedeerd. Het kan ook anders.

Ineke Visser, voorzitter van het Landelijk Expertisecentrum Sterven

30 mei 2026

4 minuten lees tijd

Eén op de drie sterft gesedeerd. Het kan ook anders.

Bijna één op de drie Nederlanders met een verwacht overlijden sterft onder diepe sedatie. En niemand weet precies hoeveel want anders dan bij euthanasie geldt er geen registratieplicht. Een schokkende en zorgwekkende ontwikkeling waar Nieuwsuur op 18 mei 2026 aandacht voor vroeg. Een ontwikkeling ook die misschien wel voorspelbaar was én bovendien te keren is.

De oplossing die er doorgaans bij wordt gegeven – artsen moeten beter worden in symptoombestrijding – is slechts de helft van het antwoord. De andere helft raakt aan iets ongemakkelijkers: wij hebben van sterven een medisch probleem gemaakt.

Het is de dokter die beslist

Sterven is meer is dan een fysiologisch proces dat om medische begeleiding vraagt. In de afgelopen tien jaar heeft het Landelijk Expertisecentrum Sterven honderden zorgprofessionals opgeleid in het omgaan met sterven. Verpleegkundigen, geestelijk begeleiders, vrijwilligers en een enkele huisarts. Zorgverleners met een ruime blik op wat er aan het sterfbed werkelijk gebeurt. Keer op keer hoor ik van diezelfde zorgverleners: ‘Er is geen ruimte voor mijn inbreng.’ En: ‘Het is de dokter die beslist.’

Dat is de kern van het probleem.

 

Keuze voor ingrijpen voorspelbaar

De toename van palliatieve sedatie heeft meerdere oorzaken. Een belangrijke oorzaak is een toegenomen bekendheid met sedatie. Deze oorzaak moet, pijnlijk genoeg, toegeschreven worden aan het ‘succes’ van de overheidscampagnes om palliatieve zorg bredere bekendheid te geven onder het Nederlandse publiek. Onderdeel van palliatieve zorg is de proactieve zorgplanning. Gesprekken die zorgprofessionals, vaak huisartsen, voeren met patiënten over hun laatste levensfase. In die gesprekken krijgen euthanasie en sedatie een vaste plek. Het gewone sterven – geleidelijk, bewust en menselijk – komt in veel van deze gesprekken niet aan bod. Bekend is, dat daar waar dat wel gebeurt de inzet van palliatieve sedatie drastisch vermindert. Zo is in het Ziekenhuis St. Jansdal sedatie afgenomen naar circa zes keer per jaar op driehonderd overlijdens omdat het palliatieve zorgteam nadrukkelijk het stervensproces meeneemt in de begeleiding. Ook zijn er hospices waar zorgvuldig wordt gekeken naar de vraag om sedatie. Zonder andere hospices te kort te willen doen noem ik Hospice Rozenheuvel in Rozendaal en het Veerhuis in Amsterdam.

Wanneer is ingrijpen noodzakelijk?

Deze ontwikkeling is geen verwijt aan individuele artsen maar een systeemkeuze. Het lijkt erop of we de voorbereiding op de dood hebben ingericht als een keuzemenu van medische interventies. De patiënt die zo’n gesprek heeft, gaat onbewust denken dat er gekozen moet worden en doet dat, als het zover is, ook.

Laten we de nood achter de vraag naar palliatieve sedatie serieus nemen maar laten we óók de vraag durven stellen die we al te lang vermijden: wanneer is ingrijpen eigenlijk noodzakelijk, en wanneer doen we het voor onszelf? Het antwoord op deze vraag zou zonder meer de stervende moeten zijn. Ik durf echter wel te stellen dat sedatie ook wordt ingezet om ongemak op te heffen bij omstanders, waaronder zorgverleners.

Autonomie, controle en maakbaarheid

Maar er is nog een oorzaak. De arts is en blijft de autoriteit aan het sterfbed. En artsen kijken door een medische bril. Artsen zijn opgeleid om in te grijpen, te behandelen, te bestrijden. Wie weinig kennis heeft van het natuurlijke stervensproces, grijpt sneller naar sedatie. Wie vaker sedeert, doet minder ervaring op met wat sterven ook kan zijn: een proces dat soms ongemakkelijk, pijnlijk en confronterend is maar ook vol betekenis. Voor de stervende én voor wie erbij is.

Dat ongemak willen we steeds minder verdragen. In een samenleving waar autonomie, controle en maakbaarheid belangrijke waarden zijn, voelt onbeheersbaar lijden als falen. Sedatie lost dat op.

Maar wat gaat er verloren?

 

Ruimte voor iets groters

Verdragen van ongemak kan ook iets opleveren. Wie sterft terwijl hij of zij nog wakker is, heeft soms nog iets te zeggen, te vergeven, te ontvangen. Wie naast een stervende zit, beseft dat het leven niet maakbaar is, wordt geconfronteerd met iets wat de ratio overstijgt, en er komt ruimte voor iets groters. Een dochter: ‘Mijn moeder was al enkele dagen niet meer aanspreekbaar. Plotseling richtte zij zich op, keek mij en mijn zussen om beurten indringend aan, zakte terug in haar kussens en stierf. Dat moment vergeet ik mijn hele leven niet meer.’ Diepe sedatie neemt die ruimte weg, voor de stervende én voor wie achterblijft. Zulke momenten ontstaan waar ruimte wordt gelaten. Die ruimte moeten we terugveroveren.

Doorbreken van de medische cultuur

De oplossing ligt echter niet alleen in betere farmacologische scholing voor artsen, hoe nuttig dat ook lijkt. De oplossing ligt in het doorbreken van de medische cultuur aan het sterfbed. Verpleegkundigen, verzorgenden en gespecialiseerde vrijwilligers beschikken over een enorme schat aan kennis over het stervensproces. Ze zijn vaak het langst aanwezig, het dichtstbij. Ze zien wat de arts mist. Maar hun stem telt niet.

Laten we de rol van niet-medische professionals serieus nemen. Niet als aanvulling op de arts, maar als volwaardige stem aan het sterfbed. Dat vraagt om erkenning in beleid, in opleiding en in de spreekkamer. Het is geen luxe. Het is een voorwaarde als we willen dat palliatieve sedatie niet het nieuwe normaal wordt.

Eén op de drie. Dat is geen toeval, dat is een keuze. De keuze om ons sterven uit handen te geven.

 

Schrijf u in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte.