Uw bijdrage maakt het verschil!

Wij kunnen ons werk doen dankzij gulle donaties van fondsen en particulieren. Vindt u ons werk belangrijk voor de Nederlandse samenleving? Word dan ook donateur van de Stichting. Meer informatie

De dood, praat erover – 14 tips

Hieronder volgen 14 openingszinnen en handreikingen. Deze helpen u om het gesprek aan te gaan met de ander die in de laatste levensfase verkeert en spoedig zal sterven door een ongeneeslijke ziekte of door ouderdom. Dat kan gaan om een dierbaar familielid maar ook iemand die wat verder weg staat.

  1. ‘Ik weet even niet wat ik moet zeggen’. Regelmatig komt de aangezegde dood als een verrassing en worden we overvallen door ongemak en ongeloof. Beter nog dan het gesprek uit de weggaan, is aangeven dat u gewoon even niet weet wat te zeggen of hoe te reageren.
  2. ‘Ik schrik hiervan’. Natuurlijk kun je schrik en ongeloof ervaren. Er is niks mis mee om daar uitdrukking aan te geven. Besef echter dat het met deze uitspraak om u gaat en niet om die ander.
  3. ‘Hoe is het?’ Durf te vragen hoe het gaat. De simpele vraag hoe het gaat, mits oprecht gesteld, nodigt de ander uit zich uit te spreken.
  4. ‘Hoe gaat het vandaag?’ Een goede dag vorige week, betekent niet dat het vandaag ook goed gaat. Blijf open voor het antwoord.
  5. ‘Hoe voel je je?’ Deze vraag gaat verder dan de vraag hoe het gaat. Wees bereid te luisteren naar het antwoord en schort uw reactie op.
  6. ‘Wat heb je nodig’? Iedereen gaat anders om met het naderende levenseinde. De een wil praten, de ander zoekt stilte of juist afleiding. Probeer uit te zoeken wat iemand nodig heeft. Ook als u denkt dat u wel weet wat de ander wil, is het goed om te vragen of dat echt zo is.
  7. Wees oprecht geïnteresseerd en besef dat eigen opvattingen, aannames en overtuigingen u blokkeren om werkelijk aanwezig te zijn bij de ander.
  8. Wees waarachtig. Bang zijn om niet ‘het juiste’ te zeggen, de situatie ontkennen of er overheen praten, houdt ons uit de verbinding. Onszelf te openen voor de ander kan bevrijdend en geruststellend werken.
  9. Stel open vragen. Vragen die beginnen met: hoe, wanneer, waar, wie, wat en waarom. Met een open vraag nodig je de ander uit zich vrij uit te spreken. Wees voorzichtig met de waarom vraag; die kan als verwijtend of bedreigend worden ervaren.
  10. ‘Ben je bang om dood te gaan?’ of ‘Wat is je grootste angst nu je gaat sterven?’ zijn voorbeelden van directe vragen. Het kan moed vergen directe vragen te stellen maar dergelijke vragen bieden tegelijkertijd een mogelijkheid voor verdiepende communicatie.
  11. ‘Als je erg ziek wordt, wil je dan dat ik (of iemand anders) naast je zit?’ of ‘Met wie wil je dat ik contact opneem als het einde nabij is?’ Hiermee vertrouwt u de ander toe dat u weet dat hij of zij niet beter wordt en dat u bereid bent hierover te spreken. Tegelijkertijd geeft het de stervende ruimte te beslissen om wel of niet te reageren.
  12. ‘Mocht je op enig moment angstig zijn of over iets willen spreken, vertel het me dan’. Deze uitspraak geeft de stervende de ruimte om, zonder dat er verwachtingen zijn, te praten op een moment dat hij of zij dat wenst.
  13. Als de stervende erg angstig en onrustig is en u heeft het gevoel daar niet mee om te kunnen gaan, praat dan met een zorgverlener die u ondersteuning kan bieden. Het kan ook zijn dat de stervende liever met iemand anders praat; een verpleegkundige, verzorgende, vrijwilliger, geestelijk verzorger of een speciale vriend. Ook zitten onze mensen voor u klaar bij vragen en zorgen rondom sterven.
  14. Tot slot: Denk niet dat u de hele tijd moet praten en durf ook stil te zijn. Rustig aan het sterfbed zitten is van belang en blijkt vaak verrassend vredig te zijn.

Meer informatie over ‘Praat erover, niet eroverheen’? Kijk dan op onze campagne pagina