#Emoties en sterven

Isabelle

Susanne Verwer, oud student Landelijk Expertisecentrum Sterven & hospicevrijwilliger

16 december 2018

4 minuten lees tijd

Isabelle

Er was in het midden van het land een kinderziekenhuis. In dit ziekenhuis was een speciale afdeling. Op deze afdeling werkte de zuster waar dit verhaal over gaat.
Zuster Anja had gehoord dat op kamer 4 een heel ziek meisje van acht jaar oud lag. Ze was hier al meerdere dagen. De verpleging had gezien dat ze hard achteruit ging. De ouders van het meisje waren heel stilletjes, vol van verdriet en wisten zich geen raad. Anja had gehoord dat zowel de ouders als het meisje wisten dat ze niet meer zo lang te leven had. Dat had de dokter ze al verteld.

Zuster Anja nam de tijd om bij het meisje een praatje te maken. Ze kwam de kamer binnen en stelde zich netjes voor aan de ouders en aan het meisje. Het meisje heette Isabel. ‘Heb je zin en tijd voor een praatje’, vroeg Anja. Het meisje was blij met de afleiding en liet dat duidelijk merken. Zuster Anja ging naast Isabel op bed zitten en het meisje vlijde zich tegen de zuster aan.

En zo werd er eerst wat luchtig over koetjes en kalfjes heen en weer gepraat. Anja en Isabel konden even aan elkaar wennen en zo iets meer van elkaar te weten komen. De vader en de moeder keken en luisterde stilletjes mee vanuit de stoel waar ze op zaten. ‘Hou jij van spruitjes?’ Isabel trok een heel vies gezicht. Dus dat was wel duidelijk. ‘Waar zit bij jou dat plekje in je lichaam wat hoort bij dat je niet gek bent op spruitjes?’ vroeg Anja. Isabel moest hard lachen en zei heel verontwaardigd ‘Dat weet ik niet’. ‘Wat is jou favoriete kleur?’ vroeg Anja. ‘Rose en in alle tinten, dus lichtroze, maar ook donkerroze’, zei Isabel. ‘Waar zit dat plekje dan in je lichaam wat hoort bij dat jij gek bent op alle kleurtjes roze?’ Weer had Isabel, na wat nadenken, geen antwoord op deze vraag. Anja kriebelde na de vraag even op de onderarm van Isabel. ‘Zit het soms hier, of hier bij je nek of soms hier bij je knie?’ Isabel moest erg lachen van het gekriebel en begon het een leuk spelletje te vinden. Maar nee daar zit het allemaal niet. Zo gingen ze samen op zoek in haar lichaam naar de herinnering aan haar vorige verjaardag, het gevoel bij het behalen van haar eerste zwemdiploma en het feit dat ze de muziek van K3 zo leuk vond. Al deze onderdelen konden ze niet aanraken of aanwijzen in haar lichaam.

‘Weet je’, zei Anja, ‘deze dingen zijn wel allemaal van jou, horen bij jou en maken samen de Isabel die je nu op dit moment bent. Het is wel de waarheid en het is ook echt. Het is jouw gevoel, jouw herinnering, jouw smaak of jouw belevenis. Als je lichaam echt te ziek is geworden om nog te kunnen leven, dan gebeurt er eigenlijk iets heel bijzonders. Al de dingen die we net hebben opgenoemd, zitten niet vast aan of in je lichaam en zijn er dus los van, maar zijn er wel. Als je dood gaat, gebeurt er een soort van magie. Alle losse stukjes komen vrij en fladderen weg. We kunnen het alleen niet zien, of horen, of ruiken, maar we weten wel dat het er is.

En weet je wat nu zo bijzonder is? Dat er af en toe een stukje van jou, bijvoorbeeld, dat stukje dat je geen spruitjes lust, ineens bij je vader binnenkomt. Dat kan gebeuren als hij honger heeft of als je vader en moeder spruitjes gaan eten. Dan weet je vader weer: hé, dat is een stukje van Isabel die even bij me langskomt. Bijna als een soort van groet en zo van: ‘Papa weet je nog dat ik spruitjes zooooo vies vind’.

Het stukje van jou dat je zo gek bent op de muziek van K3 plopt zomaar bij je moeder op als ze op de radio in de auto een liedje hoort van K3. Dan denkt ze ook: Hé, dat is een stukje van Isabel, zij vind dit zo’n heerlijk liedje en ze kan de tekst helemaal mee zingen.
Zo kun jij eigenlijk met al je ongrijpbare stukjes toch af en toe aan papa en mama laten weten dat jouw stukjes er nog steeds zijn. Ze zijn ook nog steeds van jou, echt en de waarheid’.
Anja wachtte even en keek naar Isabel. Die dacht even na en zei toen ‘ Oh, ja, wat goed’ en er kwam een grote glimlach op haar gezicht.

‘Hoe voel je je nu?’ vroeg Anja. ‘Opgelucht, heel erg opgelucht’, zei Isabel. ‘Mooi! En waar zit dat dan? Hier onder je arm of daar in je buik?’ Isabel lachte hard door al dat gekietel en wist dat dit weer zo’n ongrijpbaar stukje was. ‘Wil je met dit ongrijpbare stukje later nog eens bij mij langs komen, Isabel?’ vroeg Anja. Ze kreeg meteen een volmondig ‘Ja’ van Isabel terug.

Anja zag de gezichten van de papa en mama en wist dat zij ook begrepen hadden waar dit gesprek over was gegaan. Ze namen afscheid van elkaar, nog steeds verdrietig om wat zou komen, maar toch ook met een iets ander gevoel.

Schrijf u in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte.

Bestel nu DREMPEL magazine over leven met sterven bestel vandaag